Het parkeerverbod bestaat uit een reeks essentiële regels die bedoeld zijn om de verkeersveiligheid te garanderen, de doorstroming van het verkeer te vergemakkelijken en de vrije toegang tot openbare en privéterreinen te waarborgen. Deze regels geven nauwkeurig de zones aan waar parkeren strikt verboden is om hinder of gevaar voor de gebruikers te voorkomen.
C. Parkeerverbod
Niet parkeren voor een garage of oprit
Parkeren is verboden voor een garage of oprit, tenzij het voertuig een identieke, zichtbare en geregistreerde nummerplaat voor die oprit draagt.

Eén meter voor of achter een geparkeerd voertuig
Het is verboden om minder dan een meter voor of achter een stilstaand of geparkeerd voertuig te parkeren.

15 meter van haltes openbaar vervoer
Het is verboden om minder dan 15 meter voor of na een bus-, trolleybus- of tramhalte te parkeren. Deze bepaling zorgt voor de veiligheid en een vlotte werking van het openbaar vervoer.

Het naleven van parkeerverboden is cruciaal voor een harmonieus gebruik van de openbare ruimte. Door deze regels te respecteren dragen bestuurders bij aan ieders veiligheid en aan een betere organisatie van het wegverkeer.

